Buurtcampus expositie; ‘Dragers in Damsko’
Nu te zien op de 1e etage van het Wibauthuis!
22 januari t/m 19 februari 2026
Buurtmoeders en -vaders, welzijnswerkers, vrijwilligers, lokale ondernemers en vele anderen zetten zich op verschillende manieren in voor hun leefomgeving. Zij vormen een essentieel, maar vaak onderbelicht onderdeel van het sociale weefsel in de Amsterdamse wijken. De dragers van onze buurten, de dragers van de stad.
Deze expositie vertelt het verhaal van de samenwerkingspartners van de HvA Buurtcampussen. We hebben aan onze wijkpartners gevraagd wat zij uitdragen in de wijk. Wat motiveert hen zich langdurig in te zetten voor de leefbaarheid en sociale cohesie van hun buurt. Kortom, waar staan zij voor? Je leest het op hun bordjes.
Samen vormen deze betrokken bewoners en professionals de drijvende kracht van veranderingen in de wijken. Vanuit de HvA leren en werken we ook buiten het klaslokaal en zoeken we actief de samenwerking met hen op, zodat we samen van betekenis kunnen zijn voor de stad.
Ontdek de verhalen van onze wijkpartners!
Klik op een naam om het verhaal te lezen of scroll verder naar beneden
Akwasi Mensah
wijkpartner van:
Buurtcampus Zuidoost
Programmaleider beweging en (mentale)gezondheid bij Vivell
Een duwtje in de rug
‘Ik ben geboren in Zuidoost. In 2012 begon ik bij Venzo, een verbindingsplatform dat draaide om meedraaien in de samenleving. Een duwtje in de rug geven, vooral in de vorm van vrijwilligerswerk. In 2023 is Venzo gefuseerd met Swazoom Welzijn, dat zich richtte op kinder- en jongerenwerk. Nu heten we Vivell, en richten ons op kinderen, jongeren en volwassenen.’
“Iedereen heeft soms een duwtje in de rug nodig”
Bezig met bewegen
‘Ik hou me hoofdzakelijk bezig met ‘bewegen’. Er is veel beweegaanbod in Amsterdam-Zuidoost, maar er zijn ook uitdagingen, vooral in vergelijking met andere stadsdelen. Bewegen is goed voor de fysieke én mentale gezondheid, maar veel bewoners bewegen niet genoeg. En er zijn natuurlijk allerlei drempels om te gaan bewegen, op verschillende leefgebieden. Denk aan armoede, of stress. Als je rekeningen open hebt staan, en je krijgt die niet betaald, dan is bewegen het laatste waar je aan denkt.’
Ouder- en Kind Beweeginloop
‘Voor kinderen van twee tot vier hebben we nu als pilot de: Ouder- en Kind Beweeginloop ontwikkeld. De gedachte is om bij te dragen aan een goede basis voor toekomstige sportbeoefening. De motorische ontwikkeling van het kind staat centraal vanuit de gedachte jong geleerd is oud gedaan. De voorbeeldfunctie van ouders komt mooi naar voren, als een ouder iets voordoet, dan is het ijs gebroken en doet het kind het ook sneller.’
Iets teruggeven
‘Bewegen met kinderen kost energie, zeker als je er thuis al drie hebt zitten. Maar het is positieve energie. Het allerleukste is dat ik iets kan betekenen voor Amsterdam Zuidoost, dat ik iets terug kan geven aan de plek waar ik vandaan kom.’
De kracht van sport
‘Ik neem mijn levenslessen mee in mijn werk. Ik heb gestudeerd, ik ben trainer en ik heb meer dan twintig jaar werkervaring op het gebied van fysieke training. Ook ben ik diabeet en door deze optelsom wéét ik de waarde van beweging voor je gezondheid.
Ook heb ik zelf intensief gesport. Toen ik jong was ben ik via sportstimulering in aanraking gekomen met Flag Football en vervolgens bij een American Football-vereniging beland. Daar kreeg ik de ambitie en de kans om de sport op het voor mij hoogst mogelijke niveau te beoefenen. Uiteindelijk heb ik een aantal jaar op professioneel en semi-professioneel niveau gespeeld.Tijdens die reis heb ik de kracht van sport zelf ervaren. Daarom ben ik gemotiveerd jongeren te helpen om ook hún ambities na te jagen. Een programma ontwikkelen voornieuwe topsporters uit Zuidoost, dat lijkt me heel tof, dat is een persoonlijke ambitie van mij. Echt, iedereen kan sport gebruiken. Het kan bijdragen aan je zelfvertrouwen en je mentale veerkracht.’
“Ik denk dat er een goede basis is voor krachtige doeners in Zuidoost”
Laagdrempelig bewegen
‘Het zou fijn zijn als Zuidoost niet meer in de leidende categorieën van de Gezondheidsmonitor komt te staan. We zetten ergens op in, dus het zou mooi zijn om dat ook in cijfers terug te zien. We willen laten zien dat bewegen een vast onderdeel van het leven kan zijn, dat het laagdrempelig is. Bewegen zit in onze natuur. Wandelen is een beweging, traplopen ook. Maak een mix van een paar van die dingen en je hebt een workout.’
Óf lees hieronder verder
Haidy Bijnaar
Wijkpartner van:
Buurtcampus Zuidoost
Sociaal ondernemer en directeur/bestuurder Stichting Buurvoruwennetwerk Gaasperdam & MeerMaatjes
Steeds mooier
‘Ik woon al veertig jaar in Zuidoost. Hier leven mensen uit zoveel verschillende culturen, en ieder heeft iets unieks. De wijk groeit en wordt alleen maar aantrekkelijker. Veel organisaties zijn actief bezig en bewoners staan klaar om elkaar te ondersteunen. Er vinden vaak bijzondere gebeurtenissen plaats. Ik haal veel plezier uit mijn werk.’
“Stiltes spreken soms boekdelen.”
Wereldvrede op een flip-over
‘Buurvrouwennetwerk Gaasperdam begon klein in 2009. Vrouwen aanspreken in de buurt om te vragen wat ze in de wijk wilden. De belangstelling was groot.Tijdens een Moederdag-verwendag kwamen veel vrouwen bijeen om buurtgenoten te ontmoeten en hun wensen te delen—zelfs wereldvrede stond op de flip-over. Het succes bleek uit de grote opkomst en de voelbare kracht van de groep.’
Gouden samenwerking
‘We hebben veel samengewerkt met studenten van de HvA. Sommigen deden onderzoek, anderen organiseerden activiteiten rond leefstijl of gezondheid. Een mooi voorbeeld was het Seniorenevenement in 2023, samen met de GGD. De studenten bedachten de BeweegBingo, waarbij ouderen ook even moesten opstaan of een oefening doen. Er waren prijsjes, muziek en zelfs een Rollator APK. De studenten genoten er net zo van als de bewoners. Zulke samenwerkingen zijn goud waard.’
Gezien worden
‘Erkenning is essentieel; zonder die erkenning voelt het alsof je er niet bent. De samenwerking met de Alliantie, Samen Sterk met Werk en het Van Gogh Museum resulteerde in de expositie: ‘Ik ben Jo!’ in 2025, waar vrouwen hun werk zagen hangen. “Wauw, ík hang in het Van Gogh!” Dat moment van trots en zichtbaarheid is precies waarom we dit doen: vrouwen versterken en laten stralen!’
De rollator aan de kant
‘Bij de Senioren Disco kunnen ouderen ook volop genieten als dansen lastig is: zelfs zittend bewegen werkt therapeutisch dankzij de muziek. Ze mogen verzoeknummers aanvragen en ervaren dat er naar hen geluisterd wordt en dat ze gezien worden. Iedereen kan zichzelf zijn. Soms zetten bezoekers hun rollator opzij en wagen zich alsnog op de dansvloer, ondanks de spierpijn die misschien later komt. Het is prachtig om te zien hoe mensen weer plezier vinden, zelfs als ze de hoop op zo’n moment al hadden opgegeven. We hebben ook de Senioren Dance Battle geïntroduceerd, waarbij leuke prijsjes te winnen zijn. Het is een geweldige ervaring en bijzonder motiverend!’
“Een glimlach op iemands gezicht maken geeft mij voldoening.”
Activiteit en aandacht als medicijn
‘Een ander project die wij organiseren is Aandacht voor mij in het kader van Welzijn op Recept, waarbij huisartsen patiënten doorverwijzen naar welzijnsactiviteiten in de wijk. Soms blijkt de oorzaak van hoofdpijn of buikpijn eenzaamheid of stress is, en dan helpt geen pil, maar een goed gesprek of een wandeling. Vaak is er ook een cultureel aspect – sommige mensen hebben geleerd om hun gevoelens te verbergen. Hier leren ze dat delen mág. Dat maakt mensen gezonder en gelukkiger. Ze worden in hun kracht gezet, gezien en gehoord. Positieve gezondheid werkt!’
Écht leren luisteren
‘Mijn werk heeft me geleerd om niet alleen te horen wat mensen zeggen, maar ook aandacht te hebben voor wat verzwegen wordt. Stiltes spreken soms boekdelen. Af en toe kun je iemand net dat zetje geven door te vragen: Hoe wil jíj geholpen worden? Ik doe geen beloften en ben geen toverfee, maar ik zorg er altijd voor dat mensen zich welkom voelen. Met dank aan waardevolle samenwerkingspartners.’
Handel met oprechte betrokkenheid
‘Mijn advies aan mensen die iets voor hun buurt willen betekenen, is om daadwerkelijk in actie te komen. Doe dit vanuit de intentie om duurzame impact te realiseren. Al is het belangrijk te onderkennen dat financiële middelen onmisbaar zijn om verschil te maken. Wanneer inzet voortkomt uit intrinsieke motivatie, wordt dat door anderen herkend en gewaardeerd. Dit vormt het fundament van mijn werk.’
Óf lees hieronder verder
Obaa Yaa Amankwah
Wijkpartner van:
Buurtcampus Zuidoost
Oprichter en directeur Project de Toekomst en Jongerenplatform LOTUS
Mensen, geen nummertjes
‘We hebben Jongerenplatform Lotus en Project De Toekomst, dat zich richt op ouders en opvoeders. Ik ben zelf opgegroeid in Zuidoost en ben gaan bedenken hoe de gemeenschap beter kan aansluiten op de systeemwereld, en andersom. We kijken naar de mens, niet naar een nummertje. Een inclusieve, vitale samenleving begint bij de basis – bij weten wie je bent, maar ook bij huisvesting en economische status. We werken samen met sociale organisaties zoals Knowledge Connect, Wan Oso en de Buurtcampus, of ze kloppen bij ons aan om bewoners te bereiken.’
“Als je participatie wil, moet je mensen mede-eigenaar maken.”
Geen slachtoffers
‘Wij bestaan niet zonder onze doelgroepen. Bij ons zijn de ouders en jongeren aan zet. Wij zorgen ervoor dat ze ready zijn, en dat ze beter kunnen aansluiten. We benaderen bewoners voor wat ze wél kunnen, niet voor wat ze niet kunnen – het zijn ervaringsdeskundigen en professionals, geen slachtoffers. Want in Zuidoost zijn zij de experts! Alleen maar bijeenkomsten organiseren heeft geen zin: als je participatie wil, moet je mensen mede-eigenaar maken, en blijven communiceren.’
Een wij-gemeenschap
‘Veel organisaties in het sociale domein zijn erop gericht bewoners te helpen maar vaak sluiten ze niet aan bij de doelgroep. Wij laten zien hóe het anders zou kunnen, zodat het beter aansluit bij de bewoners. Je hoeft niet alles hogerop te vragen, er zijn ook andere oplossingen. We willen toe naar meer onafhankelijkheid, naar een wij-systeem, of een wij-gemeenschap. Jij werkt, ik pas op de kinderen, de buurvrouw kookt. Samen kunnen we systemen bouwen die werkzaam zijn.’
Ouderpartnerschap
‘Toen ik lesgaf zag ik kinderen steeds tegen dezelfde dingen aanlopen. Mede daarom ben ik deze initiatieven gestart: we moeten onze verantwoordelijkheid nemen voor onze kinderen, en dat hoeft niet altijd via de overheid. Veel ouders wíllen wel inspraak, maar de omstandigheden zijn er niet naar. Zij lopen tegen meerdere obstakels in het dagelijks leven, en dat leidt weer tot jongeren die de verkeerde kant op kunnen gaan. Daarom moet je naar de basis, de thuisbasis moet goed en gezond zijn voor het kind. De moeder met drie banen moet er maar eentje hebben. De ouder die de taal niet machtig is moet de taal leren. Wij noemen het niet ‘ouderbetrokkenheid’ maar ‘ouderpartnerschap’. Het is een duurzame investering: als een ouder meedraait in de gemeenschap, kan een kind gewoon kind zijn.’
“Als je vanuit een pure plek begint, kan het niet misgaan.”
“The sky is the limit”
‘Samen met jongeren zijn we aan het onderzoeken hoe we het anders en beter kunnen doen. We werken vanuit vertrouwen en vanuit behoeften. Een stukje eigenaarschap toevoegen, zodat ze zich verantwoordelijk voelen en zodat ze nog mooier kunnen bloeien: “The sky is the limit.” Onze initiatieven zijn gratis en vrijblijvend, maar we nemen ze zeker niet alles uit handen en leggen de verantwoordelijkheid juist bij ze terug. We willen dat ze realistisch gaan plannen, goed voorbereid zijn.
Dit jaar hebben we het project Sounds of the Bims afgerond; een audio- en erfgoedproject samen met het Stratenmakerscollectief en Imagine IC. De jongeren werden twee jaar lang begeleid in een peer-to-peer-traject met audioworkshops. Het resultaat is vertoond in de Pathé Arena. We verwachten echt een commitment van de jongeren, met intakegesprekken. Deelname is een investering in de buurt, en in jezelf.’
Een pure plek
‘Het mooiste aan mijn werk vind ik dat het waardevol is. Als je ook zoiets wil doen: maak contact. Iedereen moet kunnen aanhaken, kijk of je krachten kan bundelen. Er valt zoveel winst te behalen in de gemeenschap, want niet iedereen is bewust van hoeveel die waard is. Ik voel een grote verantwoordelijkheid, vooral voor de jeugd. Zelfs als het stroef loopt gaan wij door. Want de mensen waar wij ons voor inzetten, daar kan je niet tegen zeggen: het kan niet. We móeten wel. Ik zeg altijd: als je vanuit een pure plek begint, kan het niet misgaan.’
Geen subsidie
‘We krijgen geen structurele subsidies. Subsidies zijn geen eerlijke manier voor de doorsnee Zuidoostenaar om te kunnen leven. Je kan ermee opstarten, maar het is geen basis. Bovendien past de manier waarop wij met burgers werken er niet bij. Met subsidie moet je aan regelgeving voldoen, en dat is niet erg, maar soms wel beperkend. Wij willen zo open mogelijk zijn, en er zijn voor álle jongeren. Voor de financiering ben ik dus creatief gaan kijken naar andere mogelijkheden. Ik heb wel een beetje een ondernemersgeest, en ik geloof in de kracht van de gemeenschap.’
Óf lees hieronder verder
Ellen Zürcher
Wijkpartner van:
Buurtcampus Oost
Vrijwilliger en coördinator van de
Jeu-de-Boules club
Ook voor mezelf
‘Het begon doordat ik allemaal plannen had en me aansloot bij projecten van de Buurtcampus: wandelgroepen in Oost, begeleid door de studenten van Fysiotherapie en Social Work. Op een gegeven moment kwam de vakantie en stopte de begeleiding. Toen ben ik gaan coördineren. Ik zocht eigenlijk geen vrijwilligerswerk, maar ik dacht: we zijn oud en wijs genoeg om het zelf te doen. En ik besefte hoe belangrijk het voor mij geworden was. Dat ik het ook voor mezelf doe.’
“We zoeken allemaal veiligheid en gezelligheid, en dat hebben we hier.”
Samen jeu-de-boulen
‘Ik coördineer nu een jeu-de-boulegroep. Het wandelen lieten we achterwege. We hadden de buurt wel gezien. Ik heb gevraagd of er jeu-de-boule-sets konden komen. Die heeft Buurtcampus meteen aangeschaft. Het jeu-de-boulen houdt de groep bij elkaar. Met alleen wandelen lukt dat niet, omdat iedereen een ander tempo heeft. Deelname aan deze groep is vrijblijvend, er doen vaak een stuk of twaalf mensen mee. En de groep groeit. We verzamelen hier in de OBA voor een kopje koffie.’
Net kleine kinderen
‘De groep is heel verschillend. Daar ben ik trots op. We hebben allemaal een andere achtergrond, maar het jeu-de-boulen verbindt ons. Tijdens het spelen zijn we net kleine kinderen. We gillen de hele boel bij elkaar! Sinds kort zitten er ook twee negentienjarige studenten bij, die gillen net zo hard. De groep staat echt open voor contact, iedereen voelt zich daardoor welkom. Dat vind ik knap. Soms voel je je een ergens buitenstaan, zelfs al is iets liefdevol georganiseerd. We zoeken allemaal veiligheid en gezelligheid, en dat hebben we hier. Ik ga met deze club door tot ik er bij neerval.’
Iedereen praat met iedereen
‘Ik heb van deze groep geleerd mijn mening soms voor me te houden. Als je met verschillende mensen te maken hebt, heb je ook te maken met verschillende denkwijzen. Dan moet je wat voorzichtiger zijn. Beter luisteren, op tijd je mond houden. Je wil het gezellig hebben met elkaar. Daarom moet je ook niet gaan lopen roddelen. Iedereen praat met iedereen.’
“Zo’n project begint als entertainment, maar krijgt een veel diepere lading.”
Mooie connecties
‘Er zijn in dit project ook mooie connecties ontstaan. Tussen mijn buurtgenoot Theo en mij bijvoorbeeld. Wij verloren allebei recent onze partners. De groep was een fijne afleiding. We waren eerst gewoon buurtgenoten, maar zijn samen op zoek gegaan naar een urn en een mooi plekje op de Nieuwe Ooster. Daar gaan we nu om de zoveel dagen naartoe. Echt heel bijzonder. Je vangt elkaar op in moeilijke tijden. Zo’n project begint als entertainment, maar krijgt een veel diepere lading.’
Samen op een bankje
‘Na afloop van het jeu-de-boulen drinken we altijd iets lekkers. We nemen cider en port mee en drinken samen, op zo’n rond bankje waar we allemaal op passen. Soms gaan we op een terrasje zitten of bezoeken we andere leuke dingen in de stad. Als je iets voorstelt gaan er altijd wel een paar mensen mee. Ik kan eigenlijk niets noemen wat niet goed gaat. Geweldig, hè?'
Buurtcampus geeft het zetje
‘Ik hou echt van de Buurtcampus, het is zo’n mooie organisatie. Ik kan er mijn plannen kwijt. Loop je met een goed plan? Probeer dan de Buurtcampus, die kan je helpen opstarten. Zonder de studenten was het nooit gelukt, en ze brengen ook nog eens leven in de brouwerij. Jonge mensen zijn leuk, hoor! Doordat de Buurtcampus in het begin geld beschikbaar stelde en ons heeft begeleid konden wij in alle vrijheid nadenken over wat we wilden doen. En het is natuurlijk heel leuk dat we na dat eerste zetje zelfvoorzienend zijn geworden. Dan heb je de Buurtcampus niet meer nodig. Of wacht…Ik zou nog wel een extra jeu-de-boule set willen. Of een hark! Ja, een hark zou fijn zijn.’
Óf lees hieronder verder
Eelco Baarda
& Sameena Safiruddin
Wijkpartner van:
Buurtcampus Oost
Eelco: Vrijwilliger bij de Motuin & Robinatuin
Sameena: Oprichter van de Motuin & Robinatuin
Groen in de stad
Sameena: ‘De tuin is vernoemd naar de prachtige Robiniaboom die hier staat. Ik ben een aardeliefhebber, voor mij was het eerste doel groen in de wijk brengen. We missen groen in de stad. Het begon ooit als een mobiel project, maar is nu een vaste ontmoetingsplek geworden waar mensen kunnen genieten en pauze kunnen nemen. Het voelt hier soms net als Sesamstraat met alle diverse voorbijgangers op straat.’
Eelco: ‘Ongeveer elf jaar geleden heb ik me helemaal in het groen gestort. Nu werk ik onder andere als vaste vrijwilliger bij de Robiniatuin, samen met Sameena. We proberen de boel draaiende te houden.’
“Iedereen is welkom. Het is heel organisch en dat houden we graag zo.”
Samen met de buurt
Eelco: ‘Elke dinsdag onderhouden we de tuin. Daarna drinken we thee of eten we wat lekkers. Er doen vooral buurtbewoners mee. Sommigen zijn kundig in het groen, anderen wat minder.’
Sameena: ‘Iedereen is welkom hier. Kinderen die van school komen, buurtbewoners die contact zoeken, voorbijgangers – het is heel organisch en dat houden we graag zo.’
Even weg van de computer
Sameena: ‘Er komen hier soms ook studenten van de Buurtcampus om onderzoek te doen naar de wijk of te leren over groen, lekker met je handen in de aarde te steken. Even weg van de computer.’
Eelco: ‘De studenten dragen ook bij aan het sociale aspect. Leuk om te zien hoe ze contact maken met de buurtbewoners.’
Groene boekjes
Eelco: ‘Ik heb De Groene Bieb hier opgezet. Toen ik net begon met tuinieren kwam ik erachter dat ik veel te weinig wist. Op een gegeven moment had ik zoveel boeken verzameld, dat ik ze hier bij Tugela85 heb neergezet. Toen is hier de Groene Bieb ontstaan. Eerst voor mezelf, toen voor andere vrijwilligers, en inmiddels voor iedereen toegankelijk elke zaterdag. In samenwerking met de Buurtcampus is er bij de OBA aan de Linnaeusstraat sinds kort ook een kastje Groene Bieb geïnstalleerd wat aansluit bij hun project ‘Bieb in Bloei’, wat is mede opgezet door studenten.’
“Het besef dat je deel uitmaakt van de natuur is groter dan deze wijk.”
Samen steensoep maken
Sameena: ‘We hebben hier veel evenementen georganiseerd, zoals de Burendag, een jaarlijkse Herfstquinox vieringen en het Aardappelfestijn. We begonnen met tulpen op de brakke grond, daarna kwamen er tien soorten aardappels. We hebben ze gepoft in onze mobiele oven, en aardappelstempels gemaakt met de kinderen. Superleuk.’
Eelco: ‘We doen ook mee met de Farmsterdammerdag, dan is er een marktje waar mensen planten en zaden kunnen ruilen. En laatst hebben we stonesoup gemaakt. Dat komt bij een oud Europees volksverhaal vandaan: een zwerver begint in een dorpje waar niemand elkaar meer groet soep te maken van een steen. Beetje bij beetje komen de dorpelingen hun eigen ingrediënten toevoegen. De buurman heeft wat selderij, een ander een uitje. Uiteindelijk leren ze elkaar zo weer kennen. Wij doen dat ook: iedereen neem iets mee en samen maken we er iets bijzonders van.’
Een bron van saamhorigheid
Eelco: ‘Ik zou het leuk vinden als de tuin langdurig in gebruik blijft. Het is een bron van saamhorigheid, en een ecosysteem voor insecten en dieren.’
Sameena: ‘Ik ben er trots op dat de tuin nog steeds bestaat, dat alles groeit, en dat de grond gezonder is geworden. We hebben een loodmeting laten doen, en toen bleek de aarde door de permacultuurprincipes die we toepassen te zijn verbeterd. Het is heel biodivers, echt een mini-voedselbos. Daar ben ik blij mee. Ik hoop dat we meer tegels kunnen weghalen om onze buurttuin heen, zodat mensen op de aarde kunnen lopen. Dat voelt zó anders.’
Eelco: ‘Het biologische is voor mij even belangrijk als het sociale. Het besef dat je deel uitmaakt van de natuur, en daar ook een verantwoordelijkheid in hebt, is groter dan alleen deze wijk.’
Sameena: ‘Het liefst zou ik zien dat de mensen die komen niet enkel voor het sociale aspect aansluiten maar écht komen om te tuinieren. Zodat we ook de connectie met het land kunnen (her)opbouwen, en tegelijkertijd zelf mentaal en geestelijk worden gevoed.’
Óf lees hieronder verder
Marja Remesar
Wijkpartner van:
Buurtcampus Oost
Oprichter en coördinator HeartlinQ
Gezond wonen en leven
‘Ik ben Adviseur Milieu & Gezondheid bij de GGD. Daarnaast heb ik een eigen stichting: HeartlinQ. Het begon met een groep jongeren die wilden laten zien wat er wél goed gaat in de wijk. Dat vond ik prachtig, dus dat heb ik ondersteund. De jongeren maakten eerst eigen uitzendingen op Salto. Daarna kwamen er steeds meer activiteiten. De gemeente zei: ‘Jullie bedenken zulke originele dingen, willen jullie ons helpen met een speeltuin waar weinig gebeurt?’ Dat werd Speeltuin Batavia. Op ons eerste Halloweenfeest kwamen 150 kinderen af! In iedere hoek stonden vrijwilligers te schminken.’
“Er is echt een community ontstaan. Iedereen helpt elkaar en neemt spullen mee.”
Respect voor zorgpersoneel
‘Tijdens de coronaperiode hebben we activiteiten gedaan in verzorgingstehuizen. Dat was zwaar, maar ook mooi. We kregen zóveel respect voor het zorgpersoneel, wij waren na twee uur al kapot! We hebben ook de Burendag georganiseerd, en het Do It Together Festival, met allemaal betrokken buurtbewoners. En we doen ieder jaar de Kerstkaartactie voor eenzame ouderen. Dan vragen we buurtbewoners om een kaartje te schrijven.’
Een keuken vol
‘Toen ik in Betondorp woonde ben ik begonnen met koken in het buurthuis, voor mensen die het nodig hadden. Maar ik kreeg zóveel eten, de keuken stond vol. We zijn toen met de vrijwilligers de straat opgegaan. ‘Heb jij eten nodig? Kom mee!’ En nu komen mensen nog steeds naar de voedseluitgifte. Er is echt een community ontstaan. Iedereen helpt elkaar en neemt spullen mee. Het lijkt soms net een kringloop.’
Een steuntje in de rug
‘Er komen vaak mensen die net tussen wal en schip vallen. Je ziet het als het met iemand niet goed gaat. Dan kan je een luisterend oor bieden, en een steuntje in de rug. Soms belt er een zorginstelling: “Mijn cliënt heeft nog 19 cent op de rekening, mag die bij jullie komen?” Natuurlijk mag dat! Mensen zijn zó blij. Soms hebben ze al weken geen vers brood gegeten.’
“Ik ben het meest trots als iedereen weggaat met een goed gevoel
en een goed gevulde tas.”
Partners in de wijk
‘De samenwerking met de Buurtcampus is al lang geleden ontstaan, toen zij nog “BOOT” (Buurtwinkel voor Onderwijs en Onderzoek) heette. De Buurtcampus verbindt ons over de jaren met studenten die stage komen lopen. Elke samenwerking was een goeie les. We hebben bijvoorbeeld samen een proeverij en een presentatie gedaan, dat was leuk. Soms delen we het eten wat we over hebben ook met andere voedseluitgiften, zoals het V-Team of Buurtbuik.’
Een stukje wederkerigheid
‘Ik leer veel van dit werk. We krijgen geen structurele subsidie, dus we doen het met wat we krijgen. Ik vind het mooi hoe de vrijwilligers met situaties omgaan, en hoe ze voor elkaar klaarstaan. Er is een mooi stukje wederkerigheid ontstaan. Als mensen niet kunnen, hebben ze iemand die ze vervangt. Of ze zeggen: ik ben ziek, maar wat kan ik volgende keer doen? En de mensen in de rij helpen vaak ook mee. Iedereen staat er gewoon iedere week weer, met een warm hart voor de mensen. Daar zijn we dankbaar voor.’
Een goed gevoel
‘Ik ben het meest trots als iedereen weggaat met een goed gevoel en een goed gevulde tas. In 2024 wonnen we de Omarmprijs, in de categorie ‘Iedereen Perspectief’. Er werd gezien dat we een veel grotere rol spelen dan enkel voedseluitgifte. We dachten: wie hebben er op ons gestemd? Hoe wéten mensen dat? Dat heeft ons echt goed gedaan.’
Laat je niets wijsmaken
‘Als je een warm hart hebt voor de samenleving en je wil wat doen — wat houdt je tegen? Kijk in je netwerk wie er zin heeft om te helpen, en start gewoon. Hou je verwachtingen laag, en laat je niets wijsmaken als iemand vraagt of het niet teveel werk is. Je moet het vooral leuk vinden.’
Óf lees hieronder verder
Huub Kloppenburg
Wijkpartner van:
Buurtcampus Oost
Participatiecoach en kwartiermaker bij Cordaan
Je dag besteden
‘Onze core business is dagbesteding. Je dag besteden kan op honderdduizend manieren – het gaat over welzijn, maar ook over voeding en beweging. Mensen komen bij ons met buurtinitiatieven zoals een wandelgroep of een kaartclubje, en dat mag dan ook bij ons in de buurtkamer plaatsvinden. Ik help bewoners op weg. De buurt is goed bezig en wij zorgen dat er gebruikt wordt gemaakt van het aanbod in de buurt. Je ziet dat er steeds meer mensen aanhaken.’
“Eenzaamheid is een grote uitdaging.”
Van binnen naar buiten
‘Eenzaamheid is een grote uitdaging. Als mensen ouder worden hebben ze de neiging zich terug te trekken. Je wordt minder mobiel en dat tast je gevoel van veiligheid aan. Mensen durven soms niet meer naar buiten, niet eens voor een ommetje. De meeste hulp komt van buiten naar binnen, maar wij willen mensen juist prikkelen om van binnen naar buiten te gaan. Dat is de grootste uitdaging.’
Onderzoek van de Buurtcampus
‘Ik werk extramuraal, dus met dingen die zich buiten Cordaan afspelen: verenigingen, stichtingen, bibliotheken, andere welzijnsorganisaties. Het bestaat vooral uit verbinding aangaan. Kennismaken, kijken of je kan samenwerken. Zo ben ik ook in contact gekomen met de Buurtcampus. Nu doen studenten van de HvA onderzoek bij ons. Ik vind het leuk om met ze mee te denken, en zij komen met ideeën waar wij dan weer wat aan hebben. Laatst hebben studenten van Toegepaste Psychologie en Social Design onderzoek gedaan naar de redenen waarom mensen achter de voordeur blijven zitten. Het bleek dat veel mensen Cordaan wel kennen, maar niet weten wat we allemaal doen. Daardoor wisten mensen ook niet van de dagbesteding. Dus daar moeten we iets mee qua communicatie.’
“Ik zie mijn werk niet als werk – ik zie het als deelnemen aan het leven.”
Een frisse kijk
‘Studenten hebben vaak een frisse kijk op dingen. Zo heeft iemand een keer het woord ‘dagbesteding’ omgezet naar ‘Thuis bij Cordaan’. Dat vond ik mooi, want je neemt inderdaad je thuis mee naar ons, en andersom. Nog een mooi voorbeeld: de studenten van Toegepaste Psychologie hebben een tijdspad ontwikkeld voor bewoners die echt niet naar de dagbesteding willen. Een stapsgewijs buddysysteem eigenlijk, waarbij studenten proberen met die ouderen in contact te blijven, en interventies kunnen doen. Dat terugtrekken is namelijk deels een psychologisch proces: als je het gevoel hebt dat je er niet meer toe doet, kan je depressief worden. Met zo’n tijdspad werk je naar een einddoel, namelijk dat iemand zelfstandig een paar dagen per week iets onderneemt. Het kan echt gedragsverandering teweegbrengen en veel mensen bereiken.’
In een rugzak de trap af
‘Ik heb soms best innovatieve, gekke ideeën. Bijvoorbeeld: hoe krijg je iemand die op driehoog achter woont en nooit buitenkomt, naar beneden? Ik had bedacht om een soort rugzak te maken waar een mens in past, en sportscholen aan te schrijven. En dan op de rug van zo’n getrainde sporter de trap af. Zulke plannen roepen alleen veel weerstand op bij ouderen. Ze vinden het raar, denken ‘laat mij maar zitten’. Terwijl in je eentje boven blijven zo ongezellig is! Cordaan heeft nu wel een goede oplossing: digitale dagbesteding. Als mensen computervaardig worden dan kunnen ze deelnemen aan een digitaal museumbezoek, bijvoorbeeld, of beweeglessen op afstand.’
Deelnemen aan het leven
‘Ik zie mijn werk niet als werk – ik zie het als deelnemen aan het leven. Ik hou me bezig met dagbesteding, maar het is ook míjn dagbesteding. Ik ben 64. Ik heb vijf beroepsopleidingen gevolgd, van kapper naar etaleur naar psychosociaal werker, en het was altijd werk. Ik móest dingen. Nu zeg ik niet meer ‘ik moet werken’, maar ‘ik ga naar Cordaan’. Net als ‘ik ga naar de bioscoop’, of ‘ik ben uit eten’. Het is een kwestie van je mindset ombuigen. En het is ook eervoller naar de mensen waar je mee samenwerkt. Ik stap bij ze binnen, ik maak deel uit van hun dag, en zij van de mijne. Dat is heel waardevol.’
Óf lees hieronder verder
Aziz & Fami Basaria
Wijkpartner van:
Buurtcampus Nieuw-West
Vrijwilligers bij Buurthuis Pluspunt en Stichting de Groene kans
Ontmoet in Pakistan
Aziz: ‘Ik ben 70.’
Fami: ‘En ik ben 63. We hebben elkaar ontmoet in Pakistan, lang geleden. Aziz is als eerste naar Nederland gekomen, in 1985. Na vijf jaar heeft hij mij opgehaald.’
Aziz: ‘Toen onze kinderen naar school gingen zijn wij ook Nederlands gaan leren. We praten het nog steeds met ze.’
Fami: ‘En we wonen al bijna twintig jaar in Nieuw-West. Hiervoor in Bos en Lommer.’
“Iedereen behandelt elkaar met respect en probeert elkaar te helpen.”
Allebei vrijwilligen
Fami: ‘Ik werk al acht jaar twee keer per week bij De Groene Kans als vrijwilliger, samen met de Buurtcampus. Ook zorg ik voor onze dochter, die autistisch is. Ze is 31, maat net een kind van zes. Het is zware zorgbegeleiding - 24 uur per dag, zeven dagen in de week. Maar het komt goed. De dokter zegt dat ze blij is, en ik ben een sterke vrouw.’
Aziz: ‘Ik ben al bijna tien jaar vrijwilliger bij het Pluspunt. Ik sta achter de bar. Ik maak het karretje met koffie en thee klaar, en ik help klanten. Vroeger werkte ik drie dagen, maar toen zei mijn baas Loes: ‘Aziz je bent hartpatiënt, en ik zie dat je elke dag komt om je collega’s te helpen. Dat is lief, maar het hoeft niet. Dat risico hoef je niet te nemen. Je moet op je gezondheid letten.’ Dus nu werk ik nog maar één dag in de week.’
Groenten van gisteren
Fami: ‘Bij De Groene Kans ga ik altijd met een van de studenten van de Buurtcampus naar de supermarkten in de buurt, de spullen van gisteren ophalen. Wij delen die uit aan de bewoners, iedereen is welkom. Het is leuk werk, ik ontmoet er nieuwe mensen en de mensen zijn blij met de spullen. Thuis is mijn wereld klein. Ik ben huisvrouw, en ben veel met mijn dochter. Als die met Aziz naar de bibliotheek gaat, dan kan ik dit doen. Dat is goed voor mij!’
Buurtgenoten leren kennen
Aziz: ‘De meeste mensen die hier bij Pluspunt komen, komen uit de buurt. We hebben veel activiteiten: naailes, breiles, gym. Vorig jaar hebben we samen een Halloweenfeest georganiseerd. Af en toe komen er vrouwen koken, en één keer per week is er Surinaamse soep. Ik vind het leuk hier. Ik heb ook echt vrienden gemaakt. Iedereen behandelt elkaar met respect en probeert elkaar te helpen. Je leert veel buurtgenoten kennen. Ik ben wel trots, ja.’
“Fami's lach, haar doorzettingsvermogen, gastvrijheid en vriendelijkheid zijn aanstekelijk. Met haar werk in de wijk zorgt ze ervoor dat mensen die het goed kunnen gebruiken extra boodschappen krijgen, maar de meeste mensen komen voor de gezelligheid, een lach, een praatje. Ook wat dat betreft is Fami onmisbaar!”
Maaike van der Linden | Oprichter Groene Kans
“Aziz is een echte gastheer. Hij ziet er altijd tip-top uit en is ontzettend verzorgend. Dat is fijn om mee te werken als pand- en wijkpartner.”
Barbara Bijlstra | Projectmanager Buurtcampus Nieuw-West
Gezonde dromen
Fami: ‘Ik droom niet van een villa, of een mooie auto. Dat soort dromen heb ik niet. Ik wil gezond blijven. Lekker brood eten, een dak hebben om onder te slapen, een huis. En dat Aziz gezond blijft, voor onze kinderen. Veel mensen willen veel geld, wij niet. Als je niet gezond bent is je geld niets waard.’
Blij zijn
Fami: ‘Ik leer mijn kinderen dat ze blij moeten zijn dat ze in Nederland wonen. Dan zeg ik: kijk naar andere landen, waar kinderen buiten moeten slapen of in oorlog leven. Er is veiligheid hier in Nederland. Ja, het is duur geworden, maar we krijgen een beetje geld van de uitkering. En we leven nog.’
Aziz: ‘We proberen altijd blij te zijn.’
Óf lees hieronder verder
Sophie Throsby
Wijkpartner van:
Buurtcampus Nieuw-West
Ontwikkelaar Buurtgericht werken bij de OBA
Sleutelen met verandering
‘Ik ben ontwikkelaar Buurtgericht Werken bij de OBA, al vind ik het woord ‘ontwikkelaar’ eigenlijk niet passend omdat het een hiërarchie suggereert. We willen de relatie tussen de buurt en de bibliotheek versterken. Ik ben geen programmamaker, ik probeer te faciliteren en mensen een duwtje in de rug te geven. We proberen in de bieb kleine veranderingen teweeg te brengen. We zijn de hele tijd aan het sleutelen met verandering.’
“De bewoners krijgen écht de sleutel. Cool, hè?”
Een veilige plek
‘De OBA is er voor iedereen, maar voor sommigen iets meer. Mensen met een taalachterstand, of die het krap hebben. Die komen hier studeren of kunst kijken, of hun vrienden ontmoeten. Het is een veilige plek. De bibliotheek is tegenwoordig veel meer dan alleen maar boeken. Je kan er álles doen, je kan komen met je eigen ideeën.’ Door de bibliotheek te laten zijn van, voor en door inwoners ontstaan verbindingen, ontmoetingen en vindt breder kennisdeling plaats. Oftewel: de ‘Community Library’.’
‘Een mooi voorbeeld: vorig jaar stapte er een groep jongeren naar ons toe die in de bieb wilden studeren na sluit. We hebben ook wat problemen gehad met jongeren, waardoor we nu helaas ook beveiliging hebben, dus we zijn het gesprek met ze aangegaan. Hoe wilden ze dat oplossen? We hebben toen samen een concept bedacht. Tijdens de studietoetsweken gaat de OBA nu ’s avonds open voor ze, onder begeleiding van de buurtmoeders. Er is dan niemand van ons nodig, de bewoners krijgen écht de sleutel. Cool, hè?’
Meertalig Amsterdam
‘Ik zit in hetzelfde gebouw als de Buurtcampus. Het is een mooie partner, omdat ze inspelen op de behoefte van de buurt. We werken veel samen. Afgelopen september hadden we de tentoonstelling Meertalig Amsterdam, een samenwerking van de HvA, de UvA en de OBA. De UvA deed onderzoek naar de talen van de stad, en de Buurtcampus heeft taalportretten gemaakt met kinderen. Dat doen ze nu nog steeds. Zo zie je hoe je van iets kleins een duurzaam project kan maken.’
“Sinds ik hier werk, voel ik me meer verbonden met Amsterdam”
Het proces laten leiden
‘Natuurlijk zijn er ook uitdagingen. Teruggeven aan de bewoners betekent veel op je handen zitten en het proces laten leiden. Ik wil altijd overal ja op zeggen, maar dat kan niet. En het is soms lastig in te schatten of we een samenwerking met een bewoner aankunnen. Soms valt het werk weer terug op ons, en daar hebben we de capaciteit niet voor.’
Verbonden met Amsterdam
‘Sinds ik hier werk voel ik me meer verbonden met Amsterdam. Dit is mijn stad, omdat ik werk aan de stad, en met de mensen die er wonen. Ik ben ook uit mijn bubbel getreden. Ik dacht dat ik een divers netwerk had, maar dat was helemaal niet zo. Nu heb ik een realistischer beeld van de samenleving. Je leert toffe mensen kennen, en hun verhalen.’
Gewoon een buurt
‘Ik hoop dat Nieuw-West blijft bewegen. En dat de bewoners die hart hebben voor de buurt hier kunnen blijven. Er is vaak een negatief beeld van de wijk, maar eigenlijk gaat het ook hartstikke goed hier. Het is niet alsof hier problemen zijn die nergens anders spelen – het is gewoon een buurt, waar mooie dingen gebeuren.’
Een steentje bijdragen
‘Mijn droom is dat mijn functie niet meer hoeft te bestaan. Dat de buurt zelf in staat is om naar de bieb te stappen, of naar elkaar om te kijken. Als ik dat voor elkaar weet te krijgen kan ik rustig sterven. Hoe tof zou het zijn als de middelen die we hier hebben zo worden geïnvesteerd dat iedereen zijn verantwoordelijkheid kan pakken, en niemand wordt uitgebuit. Allemaal een steentje bijdragen aan de samenleving, als bewoner en als mens.’
Fietsen, zwaaien, praten
'Wat ik zou zeggen tegen iemand die dit werk wil doen? Ga niet meteen doen maar eerst praten, en veel naar feestjes. Haal een fiets, zwaai naar mensen, maak een praatje.’
Óf lees hieronder verder
Sieger Siderius
wijkpartner van:
Buurtcampus Nieuw-West
Kok en algemeen bstruurslid Stichting de Brug, Buurtbuik en Stichting Eigenwijks
Passie voor koken
‘Ik woon al zestig jaar in Geuzenveld-Slotermeer. Ik ben hier geboren, op drie hoog in een flat. Nu woon ik in een fijne eengezinswoning. Het vrijwilligen heb ik van mijn ouders geërfd. In 1981 zijn we vanuit de kerk een eettafelproject begonnen – op woensdagavond een warme maaltijd. Daar komt mijn passie voor koken vandaan. Eerst wilde ik accountant worden, maar op mijn 24e heb ik me omgeschoold tot kok.’
“Ik doe het werk met liefde, de eenzaamheid doorbreken met een kop soep,
daar doe ik het voor.”
Soep maken met vrijwilligers
‘Zo’n tien jaar geleden ben ik begonnen als vrijwilliger en kwam ik in aanraking met Stichting Eigenwijks. Daar zit ik nu ook in het bestuur. Zeven jaar geleden begon ik ook bij BuurtBuik, een organisatie die zich inzet tegen voedselverspilling. We kookten in buurthuis de Plint iedere zondag een driegangenmenu. Daarna kwam ik hier, bij Stichting de Brug. Dit was vroeger een nonnenklooster. Nu is het een multiculturele huiskamer waar veel te doen is. Op maandag heb je de Hollandse groep, op dinsdag de Indische, en op vrijdag is er een rommelmarkt. Drie dagen per week is er een sociaal werker, die mensen helpt met Nederlands, of met boetes of aangiften. Ik heb gevraagd of we hier ook BuurtBuik konden doen. Nu sta ik ook hier weer soep te koken! Samen met een groep vrijwilligers, vluchtelingen van het AZC in Osdorp, die dan ook meteen de taal leren.’
Borrelen en babbelen
‘Naar mijn eetactiviteiten komen vaak alleenstaande ouderen die geen zin meer hebben om te koken. Ze komen ook gewoon om te babbelen. En een paar maanden geleden kwam er een nieuwe dame, en die zag een oude schoolvriendin zitten. Hoe mooi kan je ’t hebben! We zijn wel belangrijk geworden in de wijk – als het niet doorgaat zijn mensen teleurgesteld. Eén keer waren we dicht en toen zijn ze gaan aanbellen hier bij de bovenbuurman. ‘Hallo, waar is de soep?’ De uitgaven met Pasen en Pinksteren waren extra bijzonder, toen stonden we buiten met vier lange tafels vol gratis eten en drinken. En we hebben ook nog een fietser, die brengt op zondag soep bij de mensen thuis. Ik ben trots op hoe BuurtBuik floreert.’
“We zijn wel belangrijk geworden in de wijk. Als het niet doorgaat zijn mensen teleurgesteld.”
Samen met de Buurtcampus
‘Het is leerzaam om te zien hoe andere instanties werken. Dan denk je: hey, kan dat ook zo? En samenwerken is ook goed, zoals nu met de Buurtcampus. We hebben het plan om samen met de studenten een boekje te maken met een overzicht van waar je allemaal gratis of goedkoop een maaltijd kan krijgen en samen met andere kunt eten in Geuzenveld-Slotermeer. We willen dat het in grote oplage wordt geprint zodat we het aan alleenstaande ouderen of echtparen kunnen geven. Dat zijn leuke initiatieven.’
Meer projecten voor iedereen
‘De buurt verandert. Er wordt veel gebouwd. Geuzenveld is een wijk met iets van 110 verschillende nationaliteiten. Dat is soms lastig qua cohesie. Ik ken mijn buren haast niet meer, dat vind ik jammer. Ik zou graag zien dat er meer samenleving is. Meer projecten zoals BuurtBuik en meer toegankelijke projecten voor iedereen. Er is ruimte om dingen op te starten die al die verschillende mensen in de wijk leuk vinden. Dat kan makkelijk naast elkaar bestaan. Hoe meer hoe beter, toch?’
Een bekend gezicht
‘Mensen zeggen dat ik een bekend gezicht ben geworden in de buurt. Ik doe het werk met liefde. ’s Morgens om negen uur naar de supermarkt, ’s avonds om acht uur weer thuis, en dan heb ik toch weer allemaal mensen blij gemaakt met een maaltijd. Daar doe ik het voor. Om die eenzaamheid van die mensen te doorbreken met een warm kopje soep, of daklozen wat brood en fruit mee te geven.’
Óf lees hieronder verder
Deze expositie is een productie van
de Buurtcampus
fotografie: Petra Katanic petrakatanicphotography@gmail.com
concept en productie: Sanne Broks s.s.broks@hva.nl
met hulp van: Lauren Murphy, Mark van Gennip, Lisa Luijkman, Hermon Tesfaghaber, Victor Pool en Rosa Ghasemians Safai
en dank aan alle dragers: Akwasi, Asis, Eelco, Ellen&co, Fami, Haidy, Huub, Marja&co, Obaa Yaa, Sameena, Sieger & Sophie